Spits
De toren van de Dorpskerk van De Glind heeft een zeer puntige spits. Als we door het dorpje rijden, maak ik steeds dezelfde grap tegen onze kinderen. “Engelen kunnen daar niet landen”, zeg ik dan wijzend naar de kerktoren. “Want ze prikken hun billen aan die scherpe punt.” Voor automobilisten is het dorp ook streng, want de verkeersdrempels zijn er hoog en onbarmhartig.
Lang geleden kwam ik voor het eerst in het dorpje. In de jaren negentig had ik orgelles in de Bergkerk in Amersfoort. Als die kerk niet beschikbaar was, weken we uit naar een andere kerk, meestal die in De Glind. Sindsdien had ik er niet meer gespeeld. Tot afgelopen zondag.
Ik werd een paar weken geleden gebeld door een vriendelijke meneer uit De Glind. De organist van de kerk was tijdelijk uit de running. Of ik een keer kon helpen. Nu ben ik als organist in dienst van de Protestantse gemeente Leusden, maar ik ben daar ook wel eens een zondag vrij. Ik sprak met die aardige meneer aan de telefoon af, dat ik de eerste zondag van februari in De Glind zou komen spelen. Dus stapte ik afgelopen zondagochtend om negen uur op de fiets, stevig ingepakt tegen de kou. Het was een mooi tochtje langs de witberijpte weilanden en de stramme bomen langs de Postweg.
Met de kerk van De Glind is behalve die spits nog iets bijzonders aan de hand. De kerkgemeenschap is niet de eigenaar van de het gebouw. Het is eigendom van de Rudolphstichting die veel gebouwen in het dorp in bezit heeft. “De kerk bezit alleen het orgel”, vertelt een kerkganger me na afloop van de dienst. “Dat zegt de dominee altijd als er in de dienst voor het orgel wordt gecollecteerd.”
Het is altijd een beetje onwennig als je als organist ergens voor het eerst gaat spelen. Dat bleek meteen al bij binnenkomst. Toen ik de kerk binnenkwam, stond er één vrouw in de kerk. Ik liep naar haar toe en gaf haar een hand en stelde me voor als de gastorganist. Meestal weet zo iemand wel bij wie ik moet zijn om het orgel aan te krijgen. Dat is namelijk bij elk orgel anders. Maar de vrouw kon me niet helpen. “Ik ben hier ook voor het eerst. Samen met mijn man kom ik in de dienst iets vertellen over een kledingproject.”
Uit een zaaltje voorin komt een man tevoorschijn. Hij loopt op ons toe. Ik stel me ook aan hem voor. “Aha, ú bent de organist. Er was grote verwarring. We dachten dat de meneer die binnenkwam de gastorganist was. Het duurde even voordat we begrepen dat hij niet kwam spelen, maar dat hij van het kledingproject was.” Ik schiet in de lach. En ik loop naar het zaaltje om hulp te vragen om het orgel aan te krijgen.
“Goedemorgen, ik ben wél de organist”, zeg ik als ik binnenstap. Grijnzende gezichten. Een meneer maakt me vriendelijk wegwijs. Iedereen hier is trouwens vriendelijk en aardig, valt me op. Er landen wél engelen in De Glind.
Peter Sneep, pjsneep@gmail.com
Deze column verscheen op 5 februari jl in de LeusderKrant
Fotografie Jeanette Huding-van Windt ( uit De Glind)